Pagina's

woensdag 15 april 2015

Werkgelegenheid en SDE, een twijfelachtige combinatie


Bovenstaande grafiek is bedoeld als een discussiestuk, en derhalve gebaseerd op een fictieve prijsontwikkeling. De prijzen liggen overigens ruwweg op deze curves, maar wat met name van belang is voor dit stuk is de rode lijn.


De groene curve is bedoeld om de prijsontwikkeling weer te geven van renewables. Die beginnen uiteraard hoog, en dalen gestaag naarmate de techniek voortschrijdt en goedkopere opbrengst wordt gerealiseerd als gevolg van efficiency verbeteringen etc.

De blauwe curve is bedoeld om de prijsontwikkeling weer te geven van conventioneel geproduceerde elektriciteit. Deze is vooral afhankelijk van toenemende prijsdruk op de markt onder ander als gevolg van normale inflatie, maar vooral ook door toenemende vraag naar en toenemende schaarste van de grondstoffen.

De rode curve geeft een transitieprijs weer. Deze prijs is bedoeld als collectieve prijs. Het representeert de prijs die we indirect betalen via belastingen, subsidies, en eigen initiatieven om renewables te implementeren. Dit is ook vrij logisch: we betalen eerst de conventionele prijs (blauwe curve), en naarmate we meer initiatieven opstarten voor renewables (groene curve), zal de prijs dus ook meer beïnvloed worden door deze laatste.

Deze overgang is weergegeven door de rode curve. Naarmate het aandeel van renewables groter wordt, zal de rode curve meer naar de groene curve neigen. Dat is eerst omhoog, maar zodra renewables goedkoper worden dan conventionele bronnen, zal de rode curve uiteraard weer dalen.

Wat heeft dat dan met werkgelegenheid te maken?

In principe representeert de prijs de productiviteit die noodzakelijk is voor ontginning. In een efficiënte en uitontwikkelde markt zoals die van conventionele energie min of meer is, representeert de prijs derhalve een mate van werkgelegenheid.

Welnu, die initiële toename in de rode curve is feitelijk de toegenomen investeringen die leiden tot nieuwe (toegevoegde) banen, terwijl de banen in de conventionele industrie vooralsnog blijven bestaan. Op een gegeven moment zullen banen in de conventionele industrie komen te vervallen en nemen de banen rondom renewables niet meer toe.

Sterker nog, als de daling in de curves doorzet tot onder historische conventionele waardes, dan produceren we dus energie tegen een lagere prijs dan voorheen. En dat kan uiteraard nooit gepaard gaan met meer banen. De huidige technieken in renewables doen dit ook vermoeden, omdat de productie een hele lage onderhoudsproductiviteit benodigd. Dit in tegenstelling tot conventionele productie.

Dus het is zeer aannemelijk dat we tijdelijk een toename in werkgelegenheid ondervinden, maar dat we uiteindelijk eindigen met minder werkgelegenheid. Overigens is de overgangsperiode dusdanig lang, dat we vermoedelijk met natuurlijk verloop dit verschil zullen kunnen opvangen. En goedkopere energie betekent uiteindelijk ook goedkopere productie in de totale economie wat wellicht weer meer werkgelegenheid oplevert elders.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten